NLverkiezingen.nl

Welkom op de NLverkiezingen.nl Website!

Bomvol informatie voor de verkiezingen!

Over de site NLverkiezingen.NL


Een paar jaar waarin Nederland werd geregeerd door de Volksverlakkerij van Vrijheid en Democratie samen met de Partij van de Allochtonen kan elke dag ten einde lopen. Waarmee een periode van ongeveer een halve eeuw degeneratie van het landsbestuur kan eindigen. Kan, want dat hangt helemaal van het Nederlandse volk af. Gaan we braaf naar de stembus zodat weer de volgende samenstelling van 150 mafkezen het pluche mogen beplakken, of nemen we het heft in eigen hand?

Het landsbestuur is gedegenereerd tot een klucht. Een spel voor de geestelijk onvolwaardige medemens die, verdeeld in lobbygroepjes, elk groepje onder leiding van hun eigen spelletjespapa of hulpmoeder, toneelstukjes opvoeren op hun eigen kabouterschooltje. Dat schooltje noemen ze dan het parlement, dan lijkt het nog wat. En om het nog serieuzer te laten lijken noemen ze die twee klasjes niet “klasjes” maar “kamers”. Doe maar stoer! De naam eerste kamer of tweede kamer suggereert dat er serieuze zaken worden besproken. Serieuze zaken zijn bijvoorbeeld: de één roept “bed, bad en brood”, een ander roept “nee, niks”, dan komen er nog meer hoge kabouters uit hun ivoren torens, die kakelen een week of drie door, voornamelijk met de spelletjespapa’s en hulpmoeders, de rest van de kabouters moet dan heel goed luisteren, en dan worden uiteindelijk een paar groepjes het eens over “wel een bed, geen bad en een half brood”. Om vervolgens het volgende toneelstukje te gaan repeteren. Zo ongeveer gaat het op die Haagse kabouterschool. Zo waren er toneelstukjes over een Afrikaans jongetje die van een kabouter die in een ivoren toren woonde niet naar school mocht, en over een donkere Afrikaanse mevrouw die in Nederland was komen wonen en weer wegging, met of zonder zware jongens met grote geweren omdat ze wel of niet veilig was in een heel groot land overzee. Over een bejaarde meneer die wel of niet een bonnetje had, maar hij was zo oud dat hij niet precies meer wist waar hij het bonnetje had neergelegd. Iederen wilde dat hij het zocht, maar toen hij het uiteindelijk vond was er niemand blij en werd hij van school gestuurd. Enzovoort. Kortom, allemaal bloedserieuze toneelvoorstellingen over ontzettend belangrijke zaken. Zo ontzettend belangrijk dat het Nederlandse volk niet eens kan begrijpen hoe belangrijk dat allemaal wel niet is. Maar al die toneelvoorstellingen lopen dan een aantal weken, en al die tijd wordt het land niet bestuurd. Dat is dan weer het nadeel. Om het allemaal toch heel serieus te laten lijken kakelen ze soms zo lang door dat het buiten al bijna weer licht wordt. Dat komt omdat er altijd een een beetje dommige overblijfmoeder aan het hoofd zit die dan zo enthousiast wordt dat ze de tijd wel eens vergeet. Het is alleen wel jammer dat de kamers eigenlijk wel zijn uitgevonden om het land te besturen, maar dat de kabouters dat helemaal zijn vergeten. Een kleinigheidje hou je natuurlijk.

Elke keer na een paar jaar toneelstukjes repeteren zijn er een paar spelletjespapa’s, de papa’s die de grootste toneelgroepjes leiden, die een aantal kaboutertjes uit die groepjes uitkiezen die dan mogen regeren. Regeren is ook een soort spel. Die kaboutertjes zijn beslist geen ter zake kundigen. Dat hoeft ook niet, het enige dat telt is dat ze in een bepaald groepje spelen. Ergens verstand van hebben is volkomen onbelangrijk, dat kan zelfs lastig zijn omdat dan pas opvalt hoe dom de anderen zijn. Regeerkabouters zijn geen en worden nooit grote sterren, vandaar dat ze mini-ster genoemd worden. Dan gaan ze een spelletje spelen. Ministerren mogen namelijk niet jokken tegen de kabouters. In de kabouterklasjes zelf jokken ze allemaal, dat mag wel. En als een minister toch jokt, en de kabouters hebben dat door, dan wordt zo’n minister van de kabouterschool gestuurd. En dan wordt er weer een andere kabouter minister. Dat is een leuk spelletje joh! Dat kunnen ze jarenlang volhouden. Is ook niet zo gek, want ze krijgen er elke maand een heleboel centjes voor. Veel meer dan een Nederlander die eerlijk moet werken voor zijn geld.

Maar de kaboutertjes willen toch altijd nog meer. Daarom zijn het altijd de kaboutertjes die heel lang op het kabouterschooltje hebben gespeeld die minister mogen worden. Dan krijgen ze namelijk nog meer centjes. En als ze dat dan weer lang genoeg gedaan hebben zijn ze zo moe van alle spelletjes spelen, dan worden ze ergens naar toe gestuurd waar een nog comfortabelere, nog zachtere stoel staat, pluche noemen ze dat in kaboutertaal. Die stoel staat ergens waar ze helemaal niets meer hoeven te doen maar evengoed nog veel meer centjes krijgen. De kabouters die de best betaalde pluche zetels bemachtigen kunnen dat doen omdat ze zoals dat heet een kruiwagen hebben. Een echt kabouterspreekwoord. Heel handig, die kruiwagen brengt je naar een geschikte luie stoel, en op de terugweg kun je er je bakken met geld mee vervoeren. Hebben ze dat niet goed bedacht? Nu is dat natuurlijk ook nog niet genoeg. Daarom hebben ze bedacht dat ze niet alleen zichzelf rijk moeten luileballen, maar dat ze ook het gewone Nederlandse volk moeten uitknijpen om hun hobby te bekostigen. Dat noemen ze bezuinigen. Waarom dat zo heet snapt geen mens, want geld van anderen onzinnig en met bakken over de balk te gooien heeft met zuinig helemaal niets te maken. Maar het klinkt wat sympathieker, dat zal de bedoeling wel zijn. Het volk moet natuurlijk niet in opstand komen.

Nu is het grappige dat de kabouterklasjes wel denken dat ze de baas over het hele land zijn, maar eigenlijk hebben zij ook niet zo heel veel te vertellen. Er is een nog veel grotere kabouterschool waar drie keer zo veel kabouters in een kamer zitten, en die zijn natuurlijk de baas over de Haagse kabouters. Dat heet democratie. Die hele grote kabouterklas is een soort circusschooltje. Het reist een beetje rond in België en Frankrijk namelijk. Dat doen ze express, want als de hele karavaan een beetje rondrijdt valt het niet zo op dat ze verder helemaal niets zinnigs doen. En daardoor hebben die circuskabouters ook niet meteen door dat zij, hoewel ze in heel Europa misschien wel kabouterkamers kunnen afbekken, ook nog bazen boven zich hebben. Dat heet dan weer economie.

Economie is het aller, aller, allerbelangrijkste wat er is. Vinden de Haagse kabouters en de circuskabouters. Daarom vinden ze het ook niet erg dat zij weer geregeerd worden door grote bedrijven en banken. Vandaar dat er in de grote bedrijven en bij de banken veel mensen zijn speciale kleren aanhebben waar ze hele grote zakken in hebben laten maken. Dan kunnen ze er heel veel salarissen, bonussen en vergoedingen in stoppen. Die zakken zijn zo ongelooflijk groot, zulke grote zakken hebben de meeste Haagse kabouters niet eens. Door dat alles bij elkaar opgeteld worden de Nederlanders die nog zo stom zijn om eerlijk te werken voor hun geld zo erg uitgeknepen, dat ze in Den Haag daar toch iets op moesten bedenken. Gelukkig hebben ze een aantal hele nuttige uitvindingen gedaan. Die heten bijvoorbeeld “voedselbank” en “schuldhulpverlening”. Hele nuttige uitvindingen. Daar mogen heel veel mensen gebruik van maken. De bedoeling is dat binnen niet al te lange tijd alle Nederlanders daar gebruik van kunnen maken. En daarom mogen we met zijn allen elk jaar in mei onze vrijheid vieren. Is dat nou niet leuk? Allemaal naar de voedselbank en de schuldhulpverlening, en maar vieren dat we zo vrij zijn. Het Nederlandse volk laat zich toch maar verwennen, door zulke fijne kabouters!

Kan dat dan niet anders? Ja, natuurlijk kan dat anders. Heel makkelijk zelfs. Stuur die hele zooi naar huis, en laat de Nederlander zelf het heft in handen nemen. Ieder krijgt wat het toekomt zegt het spreekwoord. Zeggen we, “ach, het is eigenlijk wel lekker zo, na een dag hard werken met z’n allen lekker eten bij de voedselbank, wel zo makkelijk, je gezellig samen ergeren aan alle misstanden en je verder heerlijk laten uitknijpen door die wereldvreemde mafiosi in Den Haag”. Of zeggen we “genoeg is genoeg. Het enige dat we nodig hebben is de meerderheid, liefst tweederde deel, van het Haagse pluche voor één periode en alles is anders.

Hoe kan het dan anders? Er bestaan een aantal problemen en knelpunten die vrij eenvoudig zijn op te lossen. Dat men ervaart kaalgeplukt te worden wordt feitelijk veroorzaakt doordat de balans tussen uitgaven en inkomsten zoek is geraakt. Dat komt weer doordat er steeds astronomischere bedragen op een volkomen nutteloze manier worden rondgepompt. Dat leidt weer tot het feit dat een absurd groot en nog steeds groeiend deel van de beroepsbevolking volkomen overbodig werk verricht. Tegen absurde kosten uiteraard, afschaffen is namelijk gratis. Maar dat is niet het enige. Het volk is zelf ook schuldig aan veel bestaande problemen. Als kinderen in de criminaliteit terecht komen, in een jeugdbende bijvoorbeeld, of als zogenaamde veelpleger, of “alleen maar” anderen op school pesten, of gewelddadig worden, dan kun je tenminste een donkerbruin vermoeden hebben dat er blijkbaar met de opvoeding thuis ook iets niet helemaal in de haak is. Zo zijn er wel meer voorbeelden te bedenken om je te laten realiseren dat een mentaliteitsverandering niet overbodig is. We mogen zelf ook wel wat aan onze normen en waarden doen, de hufterigheid aanpakken, en ons realiseren dat het niet goed is je kinderen uit gemakzucht of luiheid altijd maar achter een computer te zetten zodat je er geen omkijken naar hebt, maar normen en waarden ook doorgegeven dienen te worden aan de volgende generaties. Niets gaat vanzelf, we mogen er best iets voor doen.

Lees verder!